donderdag 17 mei 2018

Bericht 15


De afgelopen maanden ben ik samen met Mechtild Kets bezig geweest om een workshop te ontwikkelen rond het thema ‘circulaire economie in relatie tot mode en textiel’. We waren gevraagd door de BMA (Branchevereniging van Mode Ambachten)om deze workshop uit te voeren tijdens het European Master Tailor Congres in het Hotel Inntel in Zaandam. Deelnemers kwamen uit Taiwan, Duitsland, Finland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland. De voertaal was Duits met vertaling naar het Engels.

‘Minder produceren, meer waarde toevoegen’ was de titel van de workshop die we afgelopen vrijdag gaven aan de 110 Internationale deelnemers van het congres. Ons doel was om te inspireren tot een andere benadering en op een actieve manier te laten ervaren wat mogelijk is. Hoe kunnen we samen ons vakgebied veranderen en de CO2 footprint van de mode-industrie drastisch verkleinen? Consumenten willen- terecht- steeds vaker weten waar een kledingstuk vandaan komt, en hoe het is gemaakt. Daar ligt een grote kans voor kleermakers, coupeuses en modevakscholen! Om diezelfde consument te overtuigen dat niet de prijs bepalend is, maar de waarde van een goed kledingstuk!

Vooraf was gevraagd om een lievelingsstuk textiel mee te nemen en op een label te schrijven waarom dit een belangrijk stuk is. Er kwam een grote diversiteit aan textiel binnen. Dit werd gepresenteerd als een expositie in de ruimte waar de lezingen plaats vonden. De verhalen die verteld werden tijdens de presentatie waren van een grote betrokkenheid. Er ontstonden mooie interviews toen we een aantal deelnemers naar voren vroegen.

Zo hingen er een paar honderd jaar oude gehaakte handschoenen gedragen door opeenvolgende generaties vrouwen in een familie.
Een eerste proefmodel (toile) waarop de maakster heel trots was en waardoor ze zeker wist dat ze haar passie had gevonden.
Een lange grijze wollen jas bleek jaren geleden gepresenteerd te zijn als meesterstuk en had het gebracht tot een foto in het tijdschrift ‘Rundschau’. 
Mijn inzending hiervoor was een witte wollen Afghaanse muts die ik heb gekregen van oud leerling Nahad waar binnenin een voering zat die gemaakt was van kleding uit het ziekenhuis in Vejle (Denemarken). 
Mechtild haar inzending was haar doopjurk die eerst de bruidsjurk van haar moeder was geweest, vervolgens de bekleding van de wieg en deels voor de doopjurk.

Het meest verre stuk kwam van de delegatie uit Taiwan die een kleurrijke handgeweven wollen shawl mee hadden genomen waarin veel symbolen te lezen waren.
Het was een goed begin waardoor de deelnemers allemaal betrokken werden in het grote verhaal wat we wilden vertellen.

Na een korte film waarin de ander kant n.l. de sterk vervuilende kant van de mode-industrie te zien was presenteerden wij alternatieven in een wervelende en inspirerende dia presentatie waarin we voorbeelden lieten zien hoe je waarde aan een kledingstuk kunt toevoegen. 
Een mooi voorbeeld hiervan is het colbert van het Berlijnse ontwerpduo SchmidtTakahashi die een trui op een prachtig manier verwerken in een colbert.
De Japanse ontwerper Junya Watanabe maakte deze jurk van oude jeans. Je kunt je voorstellen dat in elk deel wat gebruikt is een verhaal van de drager/draagster van de jeans zit.
Na de presentatie die met veel enthousiasme ontvangen werd was het tijd voor de deelnemers om zelf aan de slag te gaan met ideeën. Daarvoor waren er in de ruimte een groot aantal met gedoneerde stoffen gevulde boxen gezet.
Aan een kledingrek hingen oude kledingstukken en een groot aantal van ongebleekt katoen gemaakte tunieken in verschillende maten. De tunieken waren natuurlijk met liefde gemaakt door een aantal leden van de BMA.  
Deze zouden dienst gaan doen als ‘schetsboek’ waarop geëxperimenteerd kon worden met stoffen en delen van kledingstukken om zo tot een eerste verkenning te komen naar anders denken en doen. In groepen van vijf ging men aan de slag waarbij een deelnemer model was en de anderen samen een outfit moesten construeren op de tuniek.
Alles was daarbij geoorloofd. Er was direct enthousiasme, actie en beweging in de ruimte. De ‘makers’ gingen aan de slag. Tunieken werden aangetrokken.
De boxen met stoffen werden doorzocht en kledingstukken werden meegenomen.
Mouwen van overhemden werden afgeknipt en stoffen werden verknipt. Er werd handmatig genaaid en gespeld waarbij natuurlijk een doos spelden op de vloer viel.
Kragen ontstonden vanuit moulage waarbij te zien was dat er veel kennis in huis was bij de deelnemers.
Een overhemd werd omgekeerd aangetrokken en vandaar uit ontstond een nieuw idee.
 Er werd geknipt.
Er werd gescheurd.
Er werd gelachen en plezier gemaakt.
Omdat ook samenwerken een onderdeel was ontstonden er mooie overlegsituaties waarbij men gezamenlijk tot een oplossing moest komen.
Energie denderde door de zaal waarbij er ook erg hard gewerkt werd. Na 45 minuten was het tijd om de eindresultaten te bekijken wat een zeer vrolijk fotomoment gaf.
Daarna kregen de deelnemers te horen dat het kledingstuk afgemaakt dient te worden en zo mee gaat doen aan een wedstrijd georganiseerd door de BMA waarbij de resultaten geshowd zullen worden op de technische vakdag van de BMA op 17 november.
Daarop kwamen enthousiaste reacties en we kunnen er vanuit gaan dat er kledingstukken ingeleverd zullen worden. 
Na de workshop ging het direct door met de beurs waarop Mechtild haar ‘printing on demand stoffen’ van haar merk Kets Design liet zien en verkocht.
 
Daarnaast hadden we een deel ingeruimd hadden voor de prachtige stoffen van het bedrijf Ecological Textiles uit Roermond.
 
Het was een geweldige ervaring voor ons om onze ideeën voor zo'n groot en bijzonder publiek te presenteren.
We kregen heel veel positieve reacties en vragen over onze workshop en gaan aan de slag om het nog op andere plekken te doen.
Dit omdat we denken dat we zo een deel kunnen bijdragen aan een zeer noodzakelijke verandering van denken binnen de kledingindustrie. 

Klik op deze LINK om meer foto's te zien.



donderdag 15 maart 2018

Bericht 14



Afgelopen vrijdag was ik samen met beeldend kunstenaar Francisca Vonck en haar dochter Amber op basisschool WSV in de Watergraafsmeer, Amsterdam.  We werken daar in het kader van het project ‘Modemix’ van de Stichting Kunsteducatie ‘De Rode Loper op School’.

Voor dat project fotografeer ik de creaties die de kinderen maken aan het einde van de tweede les.
(Zie ook Bericht 6.) Maar vrijdag was het de eerste les en daar was ik ook bij omdat het leuk is te zien wat er gebeurt en om de sfeer op de school en in de klas te proeven.

Twee klassen van dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar. Ja, dertig kinderen en één leerkracht!  
Slimme kinderen, stille kinderen, druktemakers, uitslovers en meer types zitten er in zo’n groep.
Als juf of meester zal je daar elke dag maar mee te maken hebben:  orde houden, afspraken maken, om stilte en concentratie vragen, kinderen corrigeren en stimuleren en dan ook nog zorgen dat het leerproces van elke leerling goed verloopt.  Bijsturen als dat nodig is en dit alles natuurlijk ook bespreken met ouders en het team. Heel wat als je daar voor staat, bedacht ik me, toen ik het allemaal zag.

‘Zo zou eigenlijk elke les moeten zijn,’ zei de juf van de tweede groep tegen mij nadat we een uur bezig waren geweest. ‘Dit kunnen ze allemaal en ze hebben allemaal twinkelende ogen. Ook leerlingen die niet sterk in leren zijn, of onzeker zijn over zichzelf, kunnen dit.’
‘Dat begrijp ik,’ antwoorde ik. Maar hoe doe je dat? Of beter gezegd: hoe zou het moeten?
Er zijn veel onderwijsrichtingen zoals Dalton, Montessori, Jenaplan, Freinetscholen. Maar wat als je een kind bent dat er niet inpast? Of als je daar als leerkracht niet inpast?
We kwamen er niet uit, maar ik begreep dat ze zich dat afvroeg.

Toen ik wegging en mijn jas in de docentenkamer ophaalde, was daar een leerkracht die hartige taartjes versierde met waterkers. Hij bleek met kleuters te werken en aangezien die vrijdagmiddag niet op school waren, leerde hij in die uren kinderen koken en bakken. En samen opeten natuurlijk.
‘Ik wil graag dat het goede mensen worden,’ zei hij. ‘En daarom is dit heel erg nodig. Net zo nodig als wat jullie in de klassen doen.’

Kijk, daar gaat het natuurlijk om in het onderwijs: dat het goed mensen worden!




maandag 12 maart 2018

Bericht 13



Na lang nagedacht te hebben en na een goed coaching gesprek heb ik het besluit genomen om voor mijzelf te gaan beginnen:  ZZP-er voor de klussen waar ik mee bezig wil zijn, naast mijn tijdelijke baan bij SintLucas.

Ik meldde me digitaal bij de Kamer van Koophandel en afgelopen donderdag kon ik me inschrijven in dat grote gebouw aan het IJ. Een jonge vrouw deed de inschrijving . Ze las mijn geboortedatum en  zei ze dat dat een goede dag was. ‘Ben jij soms ook op zeven augustus jarig?’ vroeg ik. ‘Ja’, antwoorde ze met een lach. Zij dertig jaar en ik bijna zestig. Een mooier begin van mijn inschrijving kon ik me niet voorstellen. En dat ook nog op Internationale Vrouwendag.

Bij het horen van de naam van mijn bedrijf ‘Overstap’ zei ze direct dat dat een probleem kon worden. Als er meer bedrijven zijn die zo heten, is dat moeilijk. Dat had ik ook al gezien toen ik naar een domeinnaam zocht. Overstap.nl was namelijk weg.

Een andere naam dus. ‘Overstapper’ dacht ik in een flits, en die heb ik nu als (voorlopige) naam.
Voor ontwikkeling van strategieën, vormgeven en begeleiden van projecten op het gebied van onderwijs, textiel, mode en beeldende kunst. De naam is altijd te veranderen en nieuwe naamkaartjes laten maken is ook niet zo moeilijk. Ik wil een korte en heldere naam die over beweging gaat: van A naar B en verder. Nog even verder denken,  maar ideeën zijn natuurlijk altijd welkom.

Voor de rest ging alles snel en overzichtelijk.  
Mijn inschrijving valt onder: Organisatie-adviesbureaus en Dienstverlening voor het onderwijs. 
Dan was er de aanmelding bij de belastingdienst en de aanvraag van mijn btw-nummer. Ik betaalde en kreeg een map mee met info en papieren.
Dat was alles.


Het regende toen ik buitenkwam. Ik liep naar de metro door de prachtig betegelde fietstunnel waar een geweldig groots zeevaarttafereel te zien is. Hijs de zeilen!,  dacht ik, en met volle kracht vooruit! 
Thuis dronken we een fles pro secco.

Bericht 15

De afgelopen maanden ben ik samen met Mechtild Kets bezig geweest om een workshop te ontwikkelen rond het thema ‘circulaire economie i...