dinsdag 23 september 2014

Schone Kleren Campagne



Jaren geleden was ik bij de oprichting van Schone Kleren Campagne (SKC) in Utrecht. Die organisatie wil verbetering van de arbeidssituatie van werknemers, vooral vrouwen, in de textielindustrie. Het sprak me erg aan; ik vond dat er iets moest gebeuren.
Tijdens mijn lessen kwam het onderwerp regelmatig aan de orde. Ik deed ook projecten met lesmateriaal van Schone Kleren Campagne. Ik herinner me een quiz met prijzen die ik had gekocht. De laatste jaren is het onderwerp, door de grote verandering die de opleiding ondergaat, wat naar de achtergrond verdwenen.
Door de tragische ramp vorig jaar bij de kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh werd me weer eens duidelijk hoe fout het systeem is. Merken als Primark en Benneton die in dat soort landen produceren, buiten arbeiders uit en laten hen werken in levensgevaarlijke, mensonwaardige situaties.

Een paar weken geleden bekeek ik de website van SKC. Ik las dat ze vragen om kennis vanuit diverse invalshoeken. Ineens was daar het gevoel weer dat ik daadwerkelijk wat moet doen met mijn verzet tegen uitbuiting in de kledingindustrie. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid en mijn behoefte om onrecht te bestrijden, kwamen weer boven. Ik reageerde naar SKC en bijna per direct werd ik uitgenodigd voor een gesprek.
Ondertussen heb ik dat gesprek bij de Schone Kleren Campagne in Amsterdam gehad. We spraken onder andere over de onderwijsprojecten die ze aanbieden. In een tweede gesprek -inmiddels gepland- gaan we verder praten over hoe ik vanuit mijn onderwijservaring een bijdrage zou kunnen leveren. Ook gaan we kijken of er nog andere aspecten zijn waarin SKC mijn kennis en ideeën kan gebruiken. Het voelt als een positieve stap in mijn zoektocht naar verandering.

maandag 22 september 2014

Oppervlakkig


Ik vraag me al lang af wat ik nog met mode heb. Als jonge jongen was mijn antwoord op de vraag wat ik wou worden: modeontwerper. Dat heb ik na mijn hbo-opleiding ook gestudeerd. Inmiddels geef ik 25 jaar les over mode. Ik weet er veel van. Alle aspecten zijn voorbij gekomen, alle trends. Weinig is meer nieuw of uitdagend. Meer en meer houden de negatieve aspecten van de modewereld me bezig. Bijvoorbeeld de productie van kleding in landen als Bangladesh. De meeste mensen weten niet wat ze aanhebben en waar het vandaan komt.

Wat wel gebleven is, is mijn liefde voor het vernieuwende experiment in de mode. En mijn bewondering voor (traditioneel) textiel. In het Tropenmuseum in Amsterdam zag ik onlangs deze Indiase tulband in Tie and Dye techniek.  Dat soort textiel raakt mij.


Geld en status

Modeontwerper Dirk Van Saene in het dubbelinterview in Magazine 19 (september 2014), de weekendbijlage van de NRC, beantwoordt de vraag of hij zuinig is met geld: ‘Nee helemaal niet. Het enige waar ik geen geld aan kan uitgeven is kleding.’ Op de vervolgvraag van de interviewer hoe dat komt, zegt hij: ‘Ik weet er teveel van. Het is zo vaak oplichterij! Prijzen zijn soms zo gigantisch, dat is waanzin. Vroeger kreeg je daar couture voor, maar nu is dat echt niet beter dan confectie. Het lijkt wel of kwaliteit, klasse, ouderwets is.’

Vriendin E. heeft jaren geleden een jurk gekocht van Dirk Van Saene getiteld: Blauwtje.
Ze draagt hem geregeld en heeft er nog steeds veel succes mee.






Ik ben nooit iemand geweest die veel geld uitgaf aan kleding. Ik koop liever één goed ding dat wat duurder is dan vijf goedkope kledingstukken. Daarom hangen er in mijn kledingkast overhemden die jaren oud zijn, maar die ik nog steeds met veel plezier draag. En dan is er nog het gegeven dat ik me hecht aan kledingstukken. Als het moet, verstel ik graag. 
Jaren geleden was ik met een klas in Düsseldorf en we stonden voor de winkel van Jill Sander. Een leerling vroeg waarom die trui dat astronomische bedrag kostte. Het was een gewone trui van een goed materiaal en in een mooie kleur. Het enige wat ik kon antwoorden was dat ik begreep dat je voor exclusiviteit wat meer moet betalen, maar eigenlijk kon ik het niet uitleggen.
Daarom vind ik het antwoord van Dirk Van Saene op de vraag ‘Houdt u wel van de modewereld?’ zo begrijpelijk. Hij zeg: ‘Ik vind het vre-se-lijk. Ik heb het niet over de ontwerpers, maar de mensen eromheen. Het gaat allemaal over geld en status, je belangrijker voelen dan iemand anders: mensen die in de mode werken, denken dat ze een trapje hoger staan dan de anderen. Terwijl: we zijn met kleding bezig, met stoffen - zo verheven is dat niet.’
Waarschijnlijk is dat voor mij een reden waarom ik soms zo'n verzet voel tegen de modewereld. Mijn afkomst en studie aan de Sociale Academie zal daar ook mee te maken hebben. Ik heb een sterke haat/liefde-verhouding met de modewereld; ik voel gauw de ongelijkheid die er uitstraalt, het ondemocratische aspect van kleding, het stands- en klasseverschil wat er ook inzit. Dat strookt niet met mijn (politieke) visie op de samenleving.

20. Musea en mbo’ers

  Toen ik nog les gaf op de modeafdeling van het ROC van Twente vond ik het altijd belangrijk om met leerlingen naar musea te gaan. Natu...